Ik was bezig met een Nederlandse les aan een beginnende cursist, nivo A1.

DE of HET ?
Dat is niet te leren, maar het moet. Anders zak je voor je examens en iedereen kan horen dat je geen Nederlander bent.
Verder is het onbelangrijk: er geen verschil in betekenis en daar gaat het toch om.

We keken naar buiten: Het huis aan de overkant stond in brand.
"Ta tuu, ta tuu,   ta tuu, ta tuu."
Het vuur werd snel geblust, maar even later laaiden de vlammen weer op.

Ik probeer mijn les altijd aan te laten sluiten bij de actualiteit, dus ik zei:
"Wat is dat? Kun je dat opschrijven?"
Ze schreef:
de brandweer

Niet slecht, zei ik, maar toch 3 foutjes,
het lidwoord is niet goed, de persoonsvorm moet met DT en er moet een spatie tussen:
het brandt weer

En dat is helemaal niet goed.


Een buitenlander van 40 die al 10 jaar in Nederland woont goed Nederlands leren spreken is net zo moeilijk als hem leren schaatsen of de stand van zijn tanden corrigeren, op die leeftijd.