Op een dag was ik bezig met lesgeven in het Inter-lokaal op de Annastraat. Ik las een tekst, samen met een Chinese leerling. Huang Xiao Hai spreekt erg weinig Nederlands (nivo A1) en ik heb niet echt heel veel sjoege van Chinees; dus gebruik ik Google Vertalen om Nederlandse woorden en zinnetjes om te zetten in Chinese karakters en in pinyin, Chinees geschreven in het latijnse alfabet. Die “vertaal"programma's worden steeds beter, ongelooflijk knap, ik heb echt een immense bewondering voor die programmeurs, ik weet hoe moeilijk dat is: programmeren. Maar echt vertalen, bijvoorbeeld van poëzie of van creatief gebruikte uitdrukkingen, dat zullen ze nooit leren, want begrijpen doen ze niks, die machines. Desondanks komen ze met statistiek vééél verder dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Toen ik Nederlands studeerde in de jaren '70 van de vorige eeuw waren wij er allemaal van overtuigd, dat computers nooit zouden kunnen vertalen, omdat ze nu eenmaal niks snappen en nooit iets zullen begrijpen van de wereld en mensentalen.
Als "Google het niet begrijpt", lukt het me meestal wel om via een omweg toch om duidelijk te maken wat ik bedoel. Als je wat kontekst toevoegt, pikt het masjien er met statistiek de goede betekenis uit.

Goed. Ik lees een tekst samen met Xiao Hai - de voornaam staat achteraan in het Chinees; logies: eerst de familie, dan het individu, van groot naar klein, zoals uren, minuten, seconden - Google heeft de woorden die hij niet kent vertaald, ik druk op een knop: een bladzijde met Nederlandse woorden en Chinese karakters wordt geprint (da's nog 's wat anders als een stoffig schoolbord met krijtjes en een platgesleten borstel!). Met mijn A4-tje loop ik van de printer terug naar mijn gezellige hokje, pardon, werkplek; in de kamer waar ik doorheen moet, stelt een collega mij voor aan een nieuwe collega.
“Philip, dit is ….”
“Aangenaam.” Ik besteed geen aandacht aan toeristen van de gemeente en zo.
Terwijl ik verder loop zegt iemand tegen mij: “Dat is de nieuwe directeur!”
Ik loop terug en zeg: “Neemt u mij niet kwalijk, ik wist niet dat u de nieuwe directeur was, kunnen we de kennismaking nog eens overdoen? Maar nu met meer aandacht van mijn kant?”
“Natuurlijk”, zegt mijn nieuwe ‘leidinggevende’ met een bestraffende blik, “maar je moet natuurlijk wel iederéén met respect behandelen.”
Het was een incidentje van niks, het kwam ook wel goed tussen de nieuwe directeur en mij, maar het bleef toch een beetje aan me knagen, ik had geen al te beste eerste indruk gemaakt. “Foutje!” En behandel ik niet iedereen met respect?

Vannacht dacht ik opeens: “Wacht even … ik was gefocust op mijn les, mijn leerling zat op mij te wachten, het Inter-lokaal is één grote duiventil, elke week komt en gaat er wel iemand, het pleit juist voor mij, dat ik mijn leerling belangrijker vond dan een of andere plichtpleging. Je moet iedereen behandelen met het respect dat hij verdient.


     Reageren