Op een dag was ik bezig met lesgeven. Ik las een tekst, samen met een chinese leerling.
Huang Xiao Hai spreekt erg weinig Nederlands (nivo A1) en ik heb niet echt heel veel sjoege van Chinees; dus gebruik ik Google Vertalen om Nederlandse woorden en zinnetjes om te zetten in Chinese karakters en in pinyin, Chinees geschreven in het latijnse alfabet.
Die “vertaalprogramma's” worden steeds beter, ongelooflijk knap, ik heb echt een immense bewondering voor die programmeurs, maar echt vertalen, bijvoorbeeld van poëzie of van creatief gebruikte uitdrukkingen, dat zullen ze nooit goed leren, want begrijpen doen ze niks, die machines, maar met statistiek komen ze veeel verder dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Als "Google het niet begrijpt", lukt het me meestal via een omweg toch om duidelijk te maken wat ik bedoel.
Goed, we hebben de tekst gelezen en ik druk op een knop: een bladzijde met Nederlandse woorden en Chinese karakters wordt geprint (da's nog 's wat anders als een schoolbord met krijtjes en een stoffige borstel!). Met mijn A4-tje loop ik van de printer terug naar mijn gezellige hokje, pardon, werkplek; in de kamer waar ik doorheen moet, stelt een collega mij voor aan een nieuwe collega.
“Philip, dit is ….”
“Aangenaam. Maar sorry hoor, nieuwe namen kan ik toch niet onthouden.”
Terwijl ik verder loop zegt iemand tegen mij : “Dat is de nieuwe directeur!”
Ik draai me om en zeg : “Neemt u mij niet kwalijk, ik wist niet dat u de nieuwe directeur was, kunnen we de kennismaking nog eens overdoen? Maar nu met meer aandacht van mijn kant?”
“Natuurlijk”, zegt mijn nieuwe ‘leidinggevende’ met een bestraffende blik, “maar je moet natuurlijk wel iederéén met respect behandelen.”
Het was een incidentje van niks, het kwam ook helemaal goed tussen de nieuwe directeur en mij, maar het bleef toch een beetje aan me knagen, ik had geen al te beste eerste indruk gemaakt. “Foutje !” En behandel ik niet iedereen met respect ?


Vannacht dacht ik opeens : “Wacht even … ik was gefocust op mijn les, mijn leerling zat op mij te wachten, het Inter-lokaal is één grote duiventil, elke week komt en gaat er wel iemand, het pleit juist voor mij, dat ik mijn leerling belangrijker vond dan een of andere plichtpleging.

Mijn directeur is een schat van een mens,
een Rietje in de wind
en ze is een kei.