Ik ben gebôrre in Kaastere, op 't pishuukske, mær in de school moeste zegge 't Kerkenænt.

Ik ben geboren in Casteren, aan het pleintje dat het pishuukske genoemd werd, officieel het Kerkeneind.

Voor de uitspraak zie   Het kempenlands dialect van Casteren

Website van het Casteren van nu   ook voor de Historie

Wout Ansems, de vader van mijn moeder heb ik nog goed gekend, toen was hij wel veel ouder dan op deze foto. Opa kon geen zwaar werk meer doen en hij kwam hij bij ons (in Vessem) aardappelmanden vlechten van wilgentenen. Dat deed hij bij toerbeurt bij al zijn kinderen en hij zo maakte zich toch nog nuttig.

Ceel van Rijthoven (hij werd later onze vàdder) een dagje uit in Wallonië (dat was bijzonder genoeg om een foto te laten maken) samen met, ik denk, Frits Bôj (Wilborts) van de Heistraat en Jan van Lippen, die woonde tegenover de kerk.

Ons moeder, met kinderen van familie of buren, vur 't ærremoejig höske waar ik geboren zou worden. Één stenen muur, de andere muren waren van leem en gevlochten wilgentenen en het dak van pannen en stro.

Ons moeder met mij op de arm en onze vàdder op de hofpad van de ouderlijke boerderij van onze vàdder.

Ik, op weg naar ons oma in diezelfde boerderij.

Ik, tegen de gevel van ons klææn höske.

Tussen Maria en Kees werd nog een kindje geboren, het stierf vlak na de geboorte.

Ons moeder met Walther, Maria, Kees en ik, " àn d'n binnekant " van oma's boerderij. Toen ik anderhalf was gingen we bij oma inwonen, daar woonden ook ome Nol en ome Wim, broers van mijn vader.

Ons oma met haar kleinkinderen, van haar dochter, tante Jaan en haar oudste zoon Ceel, onze vàdder.

Ziede de rômkippe?

Onze vàdder in z'n overal, ons moeder en de oudste vijf.

Tante Nelly (een zuster van oma) woonde met Ome'n Hendrik in Tilburg, niet in een boerderij, mær in 'n börgerhöös. Ik mocht een keer met ome Nol achter op de brommer mee naar Tilburg Kermis. En later gingen Walther, Maria en ik een keer op de fiets naar Tilburg, we waren 11, 10 en 8 jaar oud, als ik het me goed herinner.

Ons oma en ik en nog een kindje æn 'n zôg meej bagge. En de druivenranken tegen de witte muur van de varkensstal. De druiven waren alleen in warme jaren niet zuur.

Wie deze tekening van de familieboerderij gemaakt heeft, weet ik niet. Zo stond hij op het bidprentje van Ome Wim. De laatste jaren van zijn leven woonde hij samen met tante Nellie in café Verbaant, het huis ernaast, helemaal verbouwd natuurlijk.

Onze vàdder en ons moeder, +/- 1958

Ons gezin, +/- 1966

Ons gezin in 1974, toen mijn ouders 25 jaar getrouwd waren.


Opa Ansems, zijn 8 kinderen met hun echtgenoten en zijn kleinkinderen, 1961


     Reageren