Naarmate we ouder worden, leren we onze ouders beter kennen.


Tegen de tijd dat we weten hoe het moet gaan we dood.
Tegen de tijd dat we de spelregels geleerd hebben, de tactieken en strategieën onder de knie hebben,
is het spelletje afgelopen.


Ik word zo langzamerhand echt oudtisties.


Soms, wanneer ik de trap opgelopen ben, weet ik niet meer waarom ik eigenlijk naar boven ging.
Als ik dan weer beneden ben, weet ik niet meer wat ik boven eigenlijk ben wezen doen.

Zo helpt mijn geestelijke aftakeling om mijn lichamelijke aftakeling tegen te gaan.


Fietsen door de regen

Ik ben een beetje allergies voor water, maar in de zomer als het warm is, kan het heerlijk zijn: een fris buitje. Droogt wel weer op.
Maar fietsen door koude regen, brrbrrrrrr. Ik heb steeds meer last van de kou, de speklaag die ik nooit gehad heb, wordt dunner en mijn huid ook.
Gelukkig is die nog wél waterdicht.


Als ze mij een oude man durven noemen, sla ik ze met mijn stok.
En als ze snel wegrennen, gooi ik ze mijn gebit achterna.


Hoe ouder de bok
hoe jonger de blaadjes


Een man is zo jong als de meisjes waar hij naar kijkt.
In zijn hoofd althans.


Op een terras schreef ik op een bierviltje:

Mijn vriend, ook een oude leraar Nederlands,
pakte de pen:


Ik ben weer verliefd.
En niet zo'n beetje.
En wéér denk ik stellig:
bij deze wil ik blijven, de rest van mijn leven,
deze zal bij mij blijven.
Naarmate ik ouder word,
wordt de kans natuurlijk steeds groter
dat we de rest van ons leven bij elkaar blijven.


 
     Reageren