Er was eens een koning, soms had hij geweldige ideeën. Dan zei hij bijvoorbeeld: we moeten een brug bouwen over onze rivier. Dat is goed voor de handel met ons buurland. Hij liet architecten komen en die tekenden de bouwplannen en de week daarna begonnen de bouwvakkers al met het kappen van de bomen waar de brug moest komen.
Of hij dacht dat hij naar de zon kon vliegen.

Maar soms gebeurde het dat de koning 's morgens in zijn koninklijke bed bleef liggen, helemaal somber en sjachrijnig. De lakeien zeiden dan: U voelt zich blijkbaar niet zo goed, wilt u ontbijt op bed Sire, een glaasje verse jus en een zachtgekookt eitje?

Nee, bromde de koning dan, ik voel me niet goed. Laat me met rust.

De volgende dag was hij dan nóg somberder en lustelozer, zijn raadsheren kwamen informeren wat er toch aan de hand was. De lakeien zeiden dan tegen de koning dat zijn raadsheren zich bezorgd maakten. Maar de koning zei: Ze moeten me met rust laten.
En trouwens: ik heb nog eens nagedacht over die brug. Bij nader inzien vind ik dat toch geen goed idee. Het kost veel te veel geld, er moeten een heleboel bomen voor gekapt worden en als zo'n brug er is, komen er allemaal slechte mensen uit het buurland naar onze stad en door die handel, met goedkope producten uit dat land raken onze eigen smeden en meubelmakers hun werk kwijt. En die kultuur van hen deugt ook niet, die moeten we niet binnenhalen. Stop maar met die brug.

Zo ging dat heel vaak. Als hij dan weer opgestaan was en opnieuw normaal met zijn raadsheren de zaken van het land ging regelen, zeiden die op een bepaald moment : Sire, zo gaat het niet meer. Er is een wijze man in een land ver weg, die is wijd en zijd vermaard om zijn wijze raadgevingen, veel mensen hebben baat bij zijn adviezen. Zullen we vragen of hij hier naar toe wil komen om u raad te geven?
Goed, zei de koning, want hij vond het zelf ook wel vervelend, dat hij de ene keer entoesiast zijn volk aan het werk zette met allerlei wilde plannen en dat hij daarna dan de zaak afblies omdat hij somber werd en het allemaal niet meer zag zitten.

De wijze man kwam, hoorde het probleem van de koning aan en zei: ik heb wel een tip, ik kan niet garanderen dat het altijd werkt, maar het is te proberen, het zal zeker verbetering geven.

Ok, zei de koning, laat maar horen, want ik ben ten einde raad. Soms denk ik zelfs: Ik maak er een eind aan!

Goed, zei de wijze man: ik zal u twee briefjes geven, voor in de zakken van uw mantel, voor elke kant één briefje.
Als u  weer eens in bed blijft liggen omdat u zich helemaal niet goed voelt, moet u de lakei vragen om het briefje uit de ene zak van uw mantel voor te lezen en als de raadsheren tegen u zeggen dat u weer eens veel te hard van stapel loopt, kunt u zelf het briefje uit de zak aan de andere kant halen en dan moet u dat lezen.

Ok, zei de koning, doen we. Toen hij in bed bleef liggen, las de lakei het briefje voor. Hij zei: Sire hier staat geschreven: "Het gaat wel weer over."

Toen de raadsheren na een paar weken tegen hem zeiden: "Rustig aan, rustig aan, Sire, uw plannen gaan echt weer veel te ver", toen las hij het andere briefje. Daar stond op: "Het gaat wel weer over".

 

Vrij naar Paulo Coelho


     Reageren