De jongens waren aan het voetballen in de gymles.
Een van de jongens was gehandicapt, zijn ene been was veel korter en stijver dan het andere. Soms miste hij daardoor een bal, maar dan vloekte hij een keer en hobbelde gewoon verder.
De andere jongens vloekten ook, maar ze namen hem niets kwalijk, hij mocht gewoon mee blijven doen.

Er was een andere jongen, die lichamelijk helemaal niets mankeerde, maar die miste ook wel eens een bal. Die baalde daarvan en na een paar missers liep hij mismoedig, treurig en lusteloos rond. Als ze dan ook nog zeiden dat hij er niks van bakte, liep hij gedesillussioneerd en mokkend het veld af.
Dat accepteerden de andere jongens niet, ze stelden hem niet meer op.

Een jongen was superentoesiast, hij rende zich rot, ook als de bal helemaal niet zijn kant op kwam en hij juichte als een gek wanneer hij de bal een keer goed geraakt had. Al vanaf de middellijn schoot hij op doel.
Ook dat accepteerden de anderen niet: Idioot!

Moraal: lichamelijke handicaps zijn veel makkelijker te accepteren als geestelijke.

 

 


     Reageren