In "De onzichtbare hand" laat Bas van Bavel zien dat er in de geschiedenis meerdere markteconomieën zijn geweest. Het westerse kapitalisme vanaf de industriële revolutie was echt niet de eerste. Van Bavel bestudeerde ook de markteconomieën van Irak (500-1100), Middeleeuws Italië (1000-1500), de Nederlanden in de 17e eeuw.   Zie ook VK 2018-01-20.
Hij ziet overal dezelfde cyclus: een periode van grote maatschappelijke veranderingen, dan groei en bloei door markteconomieën, gevolgd door steeds meer ongelijkheid en tenslotte een periode van neergang (zie bv pag 373).
De vrije markt blijkt na enige tijd de welvaartsgroei te remmen: nieuwe economische elites veroveren met hun rijkdom politieke en juridische macht en sluiten nieuwkomers buiten. De ongelijkheid neemt toe, investeringen nemen af. Zo ging het tijdens de bloeitijd van de Arabische cultuur in Irak, in de Italiaanse steden ten tijde van de Renaissance, en ook in de Gouden Eeuw van Antwerpen en Amsterdam.
En in onze tijd zal het niet anders zijn, tenzij we ingrijpen om een neergaande cyclus te stuiten.
Dat in de huidige situatie kenmerken zitten van de neergang staat in een verslag over de economische ongelijkheid, gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. (2014, v Bavel droeg er aan bij), Hij noemde de toegenomen ongelijkheid in persoonlijk vermogen tussen 2008 en 2013 "tamelijk schokkend" (het vermogen van de rijkste 1% was gestegen van ruim 20% naar ruim 25%).

In het naschrift bij De onzichtbare hand (p 440) schrijft hij:

We zijn nu de eersten die (.....) de cycli echt kunnen doorgronden, analyseren en begrijpen. Misschien opent dit tijdig de weg tot een tegenbeweging, die het goede van de markteconomie behoudt, zoals ef­ficiënte, vrije markten voor goederen, producten en diensten, maar die vooral tegengaat dat de open, gelijkwaardige samenleving wordt uitge­hold, zoals op dit moment gebeurt door de dynamiek van de huidige markteconomie. Dat vraagt om een drastische inperking van de rol van factormarkten. Het vraagt om nieuwe vormen en organisaties om grond, arbeid en kapitaal samen te brengen, buiten de markt en de staat om. Hierbij kunnen we ons laten inspireren door de Nederlandse voorbeel­den uit de decennia rond 1900, maar misschien zijn er ook nieuwe vor­men te bedenken. En het vraagt ook om het tegengaan van wat de sleu­telfactor in het proces is: de accumulatie van grote vermogens. Als we dat doen, zorgen we ervoor dat de markt ten dienste van de open samen­leving en onze welvaart blijft staan, en niet andersom. Zo voorkomen we dat we datgene verliezen wat ons het dierbaarst is.

 Zie je wel? dat zei ik toch al: Leg de beurs en de banken aan banden

Opmerking:
Alleen op pag 42 van De onzichtbare hand heb ik een aanwijzing gevonden, waar Bas de titel vandaan heeft gehaald, namelijk bij Adam Smith. Ik heb proberen te achterhalen waarom hij deze titel gekozen heeft, maar heb verder niets gevonden, dus heb ik zelf iets bedacht (was het de bedoeling mij aan het denken te zetten?). Maar waarom kiest hij deze titel zonder die uit te leggen?
Ik denk dat hij bedoelt:
Je kunt nooit zeggen: die of die man, die mensen bepalen de economische ontwikkelingen. Socio-economiese processen zijn op zich onzichtbaar.
Het lijkt me heel belangrijk dat hij duidelijk maakt wat hij met die onzichtbare hand bedoelt, dat is niet evident. Het is belangrijk dat iedereen dat begrijpt.
Goede titel ;-)