Anniek            Maarten van Roozendaal           Niet op Youtube wel op Spotify


Ik had je willen laten lopen
Laten fietsen, laten lachen
Laten zingen, laten dansen
Met de kinderen in de kring
Had ik je willen laten spelen
Laten hollen, laten gooien
Laten vallen, omdat je wist
Dat ik je dan toch wel ving
Ik had je zo graag maar even
Een seconde laten leven
Ik wil je nu alleen niet laten gaan
Nu je maar net voor dit leven
Al dood bent gegaan

Kinderwagens, babykleertjes
Flesjes, luiers, teddybeertjes
Een box, een speen, een rammelaar
Een trappelzak, een duikelaar
Een moeder met haar kleine meisje
Een gezicht vol waterijsje
Meisjeskamer, stapelbed
Een kinderfiets, een autoped
En dan tot zes uur buiten spelen
Zandbak, vormpjes, zandkastelen
Boontjes, spruitjes, Brussels lof
Sesamstraat en dan alsof
Je nog uren op kunt blijven
Slaperig in je oogjes wrijven
En 's ochtends vroeg weer uit de veren
Rekenen en schrijven leren
Schoolmelk, Loco, leesplezier
Wanten, mutsen, speelkwartier
En 1, 2, 3, 4, 5, 6, zeven
Wie mag ik een zoentje geven
En als de laatste schoolbel belt
Naar het zwembad toegesneld
Een bommetje, de jongens nat
Hoge duikplank, zak patat
En dan naar huis met natte haren
Je bord met eten koud gaan staren
En na het journaal op het eerste net
Moet je weer te vroeg naar bed

Maar 's ochtends vroeg, je groeit als kool
Fietsend naar de grote school
Snelbinders, je tas hangt scheef
Beugel, puistjes en je schreef
Je dagboek vol met ongelukken
Jongens, wat niet wilde lukken
Maar op een avond kom je dan
Met een of andere charlatan
Je beugel uit, je uit staan sloven
De tv is niks, we gaan naar boven
En paps, de paus, verklaart het nietig
Hij is niet boos, alleen verdrietig
En dan al na je zesde vriend
Ga jij uit huis en je verdient
Zwart bij met duizend kopjes wassen
Je studie klaar, dus weer verkassen
Je nieuwe huis, net ingericht
Leuke planten, prettig licht
Je kijkt me aan en slaakt een gil
Want ik val om, mijn hart staat stil
En wat jij ook EHBO't
Het helpt geen zier, want paps is dood

Mocht ik jou al die tijd niet zien
Sta jij daar bij de poort,  misschien
O, mijn lieve kleine meisje

Tekst en muziek: Maarten van Roozendaal
(een kindje van zijn zus stierf meteen na de geboorte)