Twee boeddhistiese monniken, een jongere en een oudere zijn op weg. Ze komen bij een rivier, nauwelijks doorwaadbaar. Er staat een mooi jong meisje die de overtocht niet aandurft.
De oudere monnik neemt haar op zijn rug en draagt haar naar de overkant. Daarna lopen de monniken verder naar hun klooster.
Daar aangekomen zegt de jongere: "Maar broeder, u kunt zó toch niet het klooster in gaan!? Contact met vrouwen maakt ons onrein. U moet toch eerst mediteren en uw geest zuiveren?"
"Wat? zegt de oudere,  loop jij nog steeds met dat meisje rond? Ik heb haar aan de oever van de rivier gelaten."


Een alom gerespecteerde monnik, die door velen als een heilige vereerd werd en die wijze woorden sprak, zat eens te mediteren. Zijn huishoudster vond hem erg zelfingenomen en twijfelde aan zijn heiligheid. Ze liep op een dag in haar nakie de gebedsruimte in.
De monnik ontstak in grote woede en vloekte dat ze hem met haar onzedelijk gedrag stoorde in zijn meditatie.
De huishoudster wist genoeg. Als zijn meditatie dáár niet tegen bestand was...


Een monnik zat te mediteren, iemand kwam de gebedsruimte in en vertelde hem dat zijn moeder gestorven was.
De monnik knikte alleen maar en bleef zitten mediteren.

Toen hij zijn meditatie had beëindigd, zei hij:
Als ze al dood is kan ik niets beters doen dan mijn spirituele rust bewaren.


Een monnik zegt tegen zijn goeroe:
Meester, u zegt altijd dat wij goed in de spiegel moeten kijken om het hogere in onszelf te zien.
Maar als ik kijk zie ik een heel troebel beeld.
Dat komt omdat je er zelf voor staat, zegt de goeroe.

Dit antwoord gaf Nisargadatta een bezoeker. Hij zei dat in het Marathi, het is via via tot mij gekomen, misschien vertel ik het niet goed na wink


     Reageren