door Matthijs Deen Website

  Tot de oorlog kwam, bestond zijn leven uit zijn woede, zijn vrouw, zijn ezel en de markt in Els Banys. Hij schold de hele dag; op de regenwolken die het dal binnendreven, de zwijnen die zijn moestuin vertrapten, de werkpaarden die het hooi deelden met de bergschapen. Bleef de regen uit, dan schold hij tegen de zon.
   De bomen en de bergbeek ruisten boven hem uit.
   Op marktdag vertrok hij naar het dal, z’n ezel beladen met kaas, worst en kastanjes. ’s Avonds vond de ezel voor hem de weg terug naar boven. Zijn vrouw legde hem in bed, zocht in zijn broekzak naar geld dat over was.
  Een half jaar nadat de oorlog begon, bracht een neef vluchtelingen door het bos naar de boerderij. Ze aten staand, worst en melk, keken omhoog naar de Roc de France, de grens met Spanje. Boven de boomtoppen staken de bergen donker af tegen de hemel. Ze volgden bij schemering de beek stroomop.
   Later kwamen de soldaten; jongens uit het laagland die onwennig waren in de bergen. Ze bouwden een observatiepost, patrouilleerden langs de beek. Ze kenden de bergen alleen van sprookjes en verstuikten hun enkels. 
   Bij kou zochten ze soms de geruststelling van de boerderij, volgden van de grens op de bergkam het pad naar de stal om zich te warmen tussen de koeien. Verwachtte ze vluchtelingen, dan haalde de boerin de soldaten de keuken in, gaf ze bij het vuur warme melk met rum. De boer schold om het huis, zag door het keukenraam de ingedommelde soldaten, schopte tegen een melkemmer dat het tijd was, keek de rennende vluchtelingen na het bos in. Waren ze uit zicht, dan kwam hij binnen, zocht over de slapende soldaten de blik van zijn vrouw. 

Hij heette Jean, zij Christine. Er waren geen kinderen.


Mas de la Griffe Maps is niet ver van Mas Caraus


 
     Reageren