Tijd

Ik droomde, dat ik langzaam leefde....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de boomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze heesch en hortend zongen:
terwijl de jaargetijden vlogen,
verkleurende als regenbogen....
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zooals een groote keel kan drinken,
en dag en nacht van korten duur
vlammen, en dooven: flakkrend vuur.
De wanhoop en de welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademlooze, wreede strijd....
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis, In: Parken en woestijnen.
pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans (1909-1989)


     Reageren