DE SCHALMEI

Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.

Allen konden werken:
Eén was geitenhoeder,
Eén vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.

Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.

"O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen,
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei."

Bron : J. Slauerhoff, Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, een bloemlezing door K. Lekkerkerker, Bert Bakker, 1984.




     Reageren