"Ben ik dat?" is de titel van een boek van Mark Mieras. Het boek waarmee hij bekend is geworden en het boek dat veel mensen kennis heeft gebracht over modern hersenonderzoek. Het sprak mij meteen enorm aan. Vooral de titel.
"Hemeltjelief, ben ik dat?" zegt hij als hij het resultaat van een fMRI van zijn hersenen bekijkt.
Ik interpreteerde dat als een retoriese vraag. "Natuurlijk ben ik dat niet, dat is alleen een scan van mijn hersenen."

Hij zegt weliswaar niet: "Ik ben een hersenscan." Of "Die scan laat precies zien wie ik ben.", maar het antwoord dat hij lijkt te geven op de vraag "Wie/wat ben ik?" staat toch ver af van mijn eigen opvatting.
Hij zegt volgens mij: "ik" = het bewuste zelf. Grofweg is bij hem alleen de prefrontale cortex "ik", de andere delen van de hersenen horen niet bij "ik". En de rest van het lichaam, de zenuwen, de spieren al helemaal niet. Tot mijn verbazing komt hij heel dicht bij Schwaab, "Wij zijn ons brein". Ik had altijd gedacht dat hun opvattingen heel ver uit elkaar lagen. Blijkbaar toch niet.
"Wij zijn onze prefrontale cortex" lijkt Mieras te zeggen. Hij beschrijft allerlei mechanismes in de hersenen, die "in principe" vastliggen.
Natuurlijk wordt er geen vrije wil in de prefrontale cortex gedetecteerd. Maar het feit dat iets niet met fMRI-scans of andere meetinstrumenten geregistreerd kan worden, wil natuurlijk niet zeggen dat het niet bestaat. "De vrije wil" is een concept, net als "god" of "liefde" of "aardstralen". Het simpele feit dat je iets niet kunt meten met de instrumenten die we hebben, is niet voldoende om te zeggen dat iets niet bestaat.
Hoe we moeten omgaan met on-meetbare dingen, hoe we die kunnen relateren aan wél toetsbare en logische, empirisch-houdbare hypothesen en theorieën ... moeilijk. Maar, "Het is niet te meten, dus het bestaat niet" is onzin.
Afgezien van deze misvatting is zijn informatie over het funksioneren van de hersenen razend interessant. 

Voor mijn eigen opvattingen over "ik", zie Ik ben ik
En een aantal artikelen gaat over mijn eigen geworstel met "De vrije wil". 1, 2, 3, 4, 5


Ben ik dat?, 2007, 2009 NieuwAmsterdam pag. 290 - 293

Hersencellen verwerken informatie: dat is het algemene beeld over de hersenen. Maar dat is maar een deel van het verhaal. Hersencentra bedrijven ook politiek. Om invloed te hebben moeten ze hun prikkels met kracht de organisatie in sturen. Dat doen ze door een groot aantal hersencellen tegelijk op de trom te laten roffelen. Ze synchroniseren hun prikkels om samen voldoende kracht te ontwikkelen om andere hersencentra te beinvloeden. In de hersenen geldt het recht van de sterkste.

Amerikaanse onderzoekers van Harvard Medical School onderzochten in 2006 het proces bij de keuze tussen druivensap en appelsap. Dat deden ze niet bij mensen, maar bij apen.

De onderzoekers brachten elektroden aan in de hersenen van de apen. Daarmee registreerden ze de activiteit van individuele neuronen in de orbitoprefrontale schors. Zo kwamen ze erachter hoe die afweging tot stand komt. Ze troffen neuronen aan die actief worden wanneer de aap aan appelsap of druivensap denkt.

hier was de keuze dus eenvoudig het recht van de sterkste.

De keuzes die mensen maken zijn vaak ingewikkelder. Je kiest in de supermarkt niet alleen tussen een grote pot aardbeienjam en een kleine pot frambozenjam, maar je let met een schuin oog ook nog op de prijs. Hoe verdisconteren onze hersenen prijzen?

Ook in dit onderzoek leek de uiteindelijke beslissing in de prefrontaalschors te worden genomen. Midden in dit gebied ontdekten de onderzoekers een centrum waarvan de activiteit opliep naarmate de nucleus accumbens sterker reageerde, maar dat geremd werd door de activiteit in de insula. Of we iets kopen of niet kopen is dus letterlijk een gevecht tussen ons verlangen en de pijn van het financiéle verlies dat we lijden. Wat veel mensen schokt aan dergelijk onderzoek is niet het mechanisme waarmee de hersenen voordelen en nadelen afwegen, maar het kale feit dat de keuze tot stand komt door een mechanisme en dat de uitkomst dus in principe vastligt. Is er dan geen vrije wil? Besluit ik niet zelf over mijn leven?
Toegegeven, als ik op zondagochtenden talm met opstaan uit bed, bespeur ik in mijn bewustzijn vaak een merkwaardige besluiteloosheid. En zelfs als ik uiteindelijk opsta, is het of de beslissing voor mij genomen wordt. Maar geldt dat voor alle beslissingen? Wil ik accepteren dat elke keuze al vaststaat op het moment dat ik beslis?
Ja, hersenonderzoekers zijn daarvan in meerderheid overtuigd. Al voordat ik beslis, weten mijn hersenen wat die beslissing zal zijn. De uitslag is al bekend maar ik — mijn zelfbewustzijn — weet die nog niet. Ik daag mijn hersenen uit met een klein experiment. Ik strek mijn hand en spreid mijn vingers en bal ze dan tot een vuist. Kan ik mijn hersenen niet vóór zijn met een onverwachte beslissing? Vliegensvlug open ik de hand en dan even onverwacht sluit ik hem weer op een spontaan gekozen moment. Ik probeer de beslissing onaangekondigd, vanuit het niets, te nemen. Hand open... hand dicht. Was dat dan geen vrije wil? Nee, dat was het niet. Ik voel dat ik faal. Mijn hersenen lachen me uit.
...
Het zelfbewuste ‘ik’ kiest niet, het is getuige van de keuze die de hersenen maken. Er is geen breinpiloot.
Het zelfbewustzijn is slechts getuige van de keuzes van de hersenen. Sommige vrienden reageren boos als ik dat vertel. ‘Stel? zegt een vriend die zich niet bij deze conclusie wil neerleggen, ‘stel dat ik in de boekwinkel twijfel over een duur boek en ik besluit om het niet te nemen. Ik loop weg maar keer op mijn schreden terug om het boek alsnog te kopen. Dat is dan toch mijn vrije keuze? Ik hoef toch niet te luisteren naar het besluit van mijn hersenen?’
‘Nee,' zeg ik tegen hem, ‘dat zijn drie keuzes die de hersenen voor jou hebben genomen: de eerste keuze is niet kopen, de tweede keuze is terugkeren, de derde keuze is toch kopen. Je was drie keer getuige van een keuze van je hersenen. De hersengebieden die in eerste instantie hadden verloren, zorgden ervoor dat ze revanche kregen en toen wonnen ze wel. Hoe dat kan? Op weg naar de deur hadden je hersenen misschien iets gezien of geroken of er waaide een gedachte langs waardoor de krachtsverhouding in de hersenen veranderde en de keuze de tweede keer anders uitviel.'


 
     Reageren